Achtergrondstraling meten  Achtergrondstraling meten

43 Geschreven in Mei en Augustus 2022     


In het boek De Oude Wijsheid van Cois Geysen las ik dat bepaalde hunebedden en hogere radioactieve achtergrondstraling hebben dan de gemiddelde omgeving. Geysen schrijft dat de gemiddelde radioactieve achtergrondstraling in Nederland tussen de 35 en 50 becquerel per kubieke meter bedraagt en een aantal hunebedden hier duidelijk bovenuit komen met waarden tussen de 150 en 650 becquerel.  (Zie: Geysen Blz.137-138).
Cois Geysen gebruikt hiervoor een oude (zeer nauwkeurige) DOM 410 stralingsmeter die o.a. R/h (Röntgen/uur), mR/h (milliRöntgen/uur) en C/s (becquerel; Counts/second) meet  (zie: YouTube).
Een verhoogde achtergrondstraling van tussen 150 en 650 Bq lijkt hoog, doch dat valt erg mee; in het menselijk lichaam is deze normaal gesproken 120 Bq per kilogram!  (Zie: Infonu.nl).

Op de website van het RIVM las ik dat men in Nederland gemiddeld aan 2,8 mSv (milliSievert) straling per jaar blootstaat  (zie RIVM.nl), dit is de natuurlijke achtergrondstraling plus straling ten gevolge van medische diagnostiek en straling binnenshuis. Buiten zou de achtergrondstraling zo'n 0,2 mSv (milliSievert) per jaar zijn. Op een kaartje van het RIVM zien we dat de natuurlijke achtergrondstraling in Nederland tussen de 20 en 75 nSv/h (nanoSievert per uur) ligt  (RIVM.nl).
De letter m staat voor milli (= een duizendste; 0,001 Sievert) dus mSv is een duizenste Sievert ofwel een milliSievert. De µ staat voor een miljoenste en word als micro aangeduid, dus µSv = micro Sievert ofwel één miljoenste Sievert ofwel 0,000001 Sievert. Nog een stap kleiner is de nSv; nanoSievert: 0,000000001 ste deel van 1 Sievert.  (Zie ook: Wikipedia - Radioactiviteit  en  Wikipedia - Sievert)

In mei 2022 heb een metertje gekocht dat hiernaast is afgebeeld, deze kan de radioactieve achter­grond­straling meten. Het apparaatje is in te stellen om µSv/h (microSievert) te meten, of µGy/h, (microGray),  mR/h (milliRöntgen),  CPM en CPS wat staat voor respectievelijk Counts per Minute en Counts per Second. Aan het typenummer kan je zien dat ik het minst gevoelige apparaatje gekozen heb (want goedkoper) omdat ik toch alleen een globale meting van de straling wil en dat niet supernauwkeurig hoef te weten. De specificaties van het apparaat zijn:

  • Gemeten eenheden: µSv/h (microSievert/uur), µGy/h (microGray/uur),
    mR/h (milliRöntgen/uur) CPM (Counts Per Minute) & CPS (Counts Per Second)
  • Detectie stralen: X ofwel Röntgenstraling, Y ofwel Gammastraling, ß ofwel Betastraling
  • Dosis interval: 0.00 - 1000 µSv/h (10 msv/h)
  • Geaccumuleerde dosis equivalent: 0.00 µSv - 500.0 mSv
  • Sentiviteit: 80 CPM/µSv (voor Co-60)

Wanneer we nu kijken naar de achtergrondstraling in Nederland zoals het RIVM die geeft op het kaartje, dan wordt dat omgerekend naar de waarden die deze meter geeft:
20 nSv/h (nanoSievert) = 0,02 µSv/h (microSievert) en 75 nSv/h = 0,075 µSv/h,
afgerond 0,08 µSv/h (m'n meter geeft twee getallen achter de komma)  (Zie: www.eenheden-omrekenen.info)
Tijdens een klein fietstochtje van een uurtje rond Beverwijk en Heemskerk gaf de stralingsmeter waarden tussen de 0,02 µSv/h en 0,15 µSv/h met een enkele uitschieter naar 0,27 µSv/h.
Zowel bij het RIVM als bij wikipedia lees ik dat een achtergrondstraling van 2,5 en 2,8 mSv/y, dus 2,5 danwel 2,8 milliSievert per jaar, normaal is voor zowel Nederland als België  (zie ook: FGov.be).
Dat is omgerekend 0,28 tot 0,32 µSv/h (microSievert per uur)  (Zie: www.eenheden-omrekenen.info)

Cois Geysen geeft o.a. bij hunebed D15 in Loon een achtergrondstraling van maar liefst 628 Bq, bij hunebed D16 in Balloo 487 Bq, bij hunebed D17 en D18 te Rolden een achtergrondstraling van 155 Bq, bij hunebed D19 en D20 bij Drouwen 311 Bq en bij hunebed D27 172 Bq.
Normale achtergrondstraling zou in Nederland tussen de 35 en 50 Bq liggen, dus de hierboven genoemde hunebedden geven waarden 3 tot 12 maal de normale achtergrondstraling!

De stralingsmeter van Cois Geysen geeft de waarden aan in Counts per Second; aangegeven als CPS of C/s. Geysen schrijft dat zijn stralingmeter waarden aangeeft in becquerel met C/s, doch wat ik van de uitleg op Wikipedia begrijpt, wordt met Counts per Second geen becquerel aangegeven, want becquerel staat voor de disintegrations per second: afgekort DPS. Met DPS wordt het radioactieve verval aangegeven in becquerel per seconde of per minuut: DPS of DPM.
Met CPM en CPS geeft men de gemeten dosis aan, niet het verval per minuut of seconde, bij CPS of C/s wordt dus de becquerel waarde niet (of niet meer?) gebruikt (Lees meer op: Wikipedia).

Verder maakt dat eigenlijk allemaal niet zoveel uit, want in de informatie die ik van Cois Geysen kreeg kon ik zien hij een DOM 410 stralingsmeter gebruikt. Een uitleg video op YouTube laat zien dat deze kan meten in R/h (Röntgen/uur), mR/h (milliRöntgen/uur) en C/s (Counts/second)  (zie: YouTube).
Bij hunebed D15 gaf Geysen waarden van rond de 628 C/s. Ik ben Woensdag 17 Augustus 2022 nogmaals naar Loon geweest om hunebed D15 te bezoeken, ditmaal met m'n stralingsmeter mee. Deze gaf echter een waarde van 0 CPS bij hunebed D15 en toen ik het metertje op Counts per Minute zette, kreeg ik waarden van rond de 12 CPM.
De 628 Counts per Second die Cois Geysen gaf zijn omgerekend 37680 Counts per Minute. Mijn gemeten 12 Counts per Minute ofwel 0,2 CPS zijn dus geen hoge waarden zoals Cois Geysen die aangaf. Voor de zekerheid heb ik nog een andere stralingsmeter gebruikt, de witte GMC-300E op de foto hiernaast, doch ook deze gaf bij hunebed D15 waarden van rond de 12 CPM.
Naast de waarde van 12 CPM geeft deze meter ook 0,008 mR/h (milliRöntgen per uur) aan. M'n andere stralingsmeter geeft maar twee getallen achter de komma en schommelt dan tussen de 0,00 mR/h en 0,01 mR/h; vergelijkbare lage waarden dus.
Omdat ik het verschil tussen mijn metingen en die van Cois Geysen niet goed kan verklaren (het meten en omrekenen van straling is erg nieuw voor mij) laat ik dit voorlopig nog niet los. Misschien dat iemand die dit leest me wat verder op weg kan helpen? Is mijn meter niet gevoelig genoeg? Vergelijk ik appels met peren?

Ongeacht welke meter je nu gebruikt en in welke waardes je meet, heb ik tot nog toe echter geen verhoogde straling kunnen meten rond de hunebedden en rond andere krachtplaatsen. Dat is best wel jammer, het zou interessant zijn geweest wanneer krachtplaatsen naast met de wichelroede ook met een apparaatje te detecteren waren.

Martin Roek